Aminozuren (deel 2)

AMINOZUREN: deel2

In onze verdere uiteenzetting over aminozuren gaan we zeker en vast dieper ingaan op het aminozuur GLUTAMINE. Ondanks het feit dat dit een niet essentieel aminozuur is wordt er toch door haar een grote rol beschreven in het lichaam. Het wordt in principe door het lichaam aangemaakt en het is voldoende te vinden in de voeding maar toch beweren verschillende onderzoekers dat bij zware fysieke inspanningen het lichaam behoefte heeft aan extra portie glutamine. Het komt in grote getallen voor in long- en spierweefsel. Het is het aminozuur dat het meest voorkomt in de spieren. Het zou ervoor zorgen dat de spieren sneller herstellen na een zware inspanning en is daarom ook het nummer 1 aminozuur dat door kracht- en duursporters wordt gebruikt. Wat we dus al eerder vernoemde was de hoeveelheid glutamine in het longweefsel, uit onderzoek blijkt dat astma patiënten een tekort kunnen hebben aan dit aminozuur. Een misschien nog grotere rol van glutamine is weg gelegd t.h.v. de darm. Vooral in de mucosa van maag en darm komt glutamine massaal voor. Daarom speelt ze ook een belangrijke rol in het afweersysteem van het lichaam en wordt het aanbevolen bij allerlei infectieziekten. Ook bij bepaalde tumoren thv de darm wordt glutamine ingezet als hulpmiddel. Onderzoekers bewezen dat het inzetten van glutamine na een operatieve ingreep wel degelijk het genezingsproces bevorderde. Waarschijnlijk omdat het herstel van spieren sneller ging en omdat het immuunsysteem ook sterk op de proef gesteld wordt. Maar er worden nog meer functies aan glutamine toegeschreven, zo zou het een gunstige invloed op de hersenfuncties hebben en de geest nieuwe energie geven en leerprocessen bevorderen. Ondanks het feit dat dit geen essentieel aminozuur is zouden er toch in geval van ziekte of zware inspanningen een tekort kunnen ontstaan. Hierdoor mag de rol van dit aminozuur niet onderschat worden.
Glycine is misschien van bouw één van de eenvoudigste aminozuur, zijn functie is echter niet zo eenvoudig te beschrijven. Hieraan worden ook diverse eigenschappen toegeschreven. Dit aminozuur speelt een voorname rol in de aanmaak van hormonen in het lichaam die op hun beurt weer van essentieel belang zijn. Ook hier zou dit aminozuur een belangrijke rol spelen in de opbouw van het immuunsysteem. De energie die vrijkomt door de opbouw van lichaamscellen is grotendeels afkomstig van glycine. Men vind dit aminozuur voldoende in de voeding zoals tarwekiemen, pinda’s en sesamzaad. Eigenschappen die aan dit aminozuur worden toegeschreven zijn oa bij de behandeling van hypofyse problemen of bij spierdystrofie.
Drie nog zeer belangrijke aminozuren die best samen besproken worden omdat ze zoveel gemeen hebben met elkaar zijn LEUCINE, ISOLEUCINE en VALINE. Het zijn alle drie essentiële aminozuren en moeten dus via de voeding opgenomen worden maar meer nog zij behoren tot de BCAA’s. Dit staat voor branched chain amino acid of te wel vertakte keten aminozuren. Zij zijn werkelijk het belangrijkste bestanddeel van spiereiwitten. Zij gaan zowel spierafbraak door intense inspanning of training tegen en zijn broodnodig in de aanmaak van nieuwe spiermassa. Zij worden ook als eerste aangesproken als energie reserve indien de koolhydraten zijn opgebruikt, al is deze functie bij duiven waarschijnlijk van ondergeschikt belang. Zij verschillen wel van andere aminozuren omdat ze onmiddellijk door de spieren worden opgenomen en niet in de lever opgeslagen. Enerzijds zal dus bij zware inspanning minder spieren worden afgebroken en anderzijds zullen ze sneller herstellen door deze heilige drievuldigheid. Gouden tip: duiven die moeilijk rond te krijgen zijn en te spits blijven geeft men best een supplement met deze 3 aminozuren erin.