Antibiotica (deel 1)

Antibiotica betekent letterlijk “tegen het leven” en kreeg zijn naam mee omdat het levend micro-organisme dood. Antibiotica heeft zijn doorbraak gekend door de ontdekking van penicilline in 1929. Het was een schimmel die een stof produceerde die toevallig bacteriën bleek af te remmen. Het duurde nog ruim 10 jaar voordat dit produkt ook daadwerkelijk in de praktijk werd toegepast maar éénmaal zijn nut bewezen was de opgang niet te stoppen. Doordat men kiemen kon afremmen lagen een aantal mogelijkheden open. Vooral de toepassing van het antibiotica gebruik na operaties en vooral na openbuik operaties was enorm. Op diergeneeskundig vlak denken wij dan vooral aan toepassing bij runderen, daar werd de buik nogal eens opengemaakt als de koeien “het scherp” hadden. De oudere liefhebbers zullen zich dat nog wel herinneren. Koeien, de meeste boeren hadden er maar een stuk of drie, kregen vaak keukenafval voorgeworpen.

Aardappelschillen, of kool maar ook gebeurde het al eens dat het aardappel mesje toevallig mee in de trog van de koe belande. Ook een stuk prikkeldraad of een nagel belandde wel eens op toevalligere wijze in de pens van een rund en zorgde daar, nadat het door de penswand heen geduwd werd voor een ontsteking, ja zelfs soms tot in het hartzakje. Er was geen andere mogelijkheid dan het scherp voorwerp te verwijderen. In eerste instantie gebeurde dit nog door het opschieten van een magneet in latere instanties en vooral door de toepassing van penicilline was het mogelijk om via een operatie het scherp voorwerp te verwijderen. De mensen die zich de film of het boek van Dr. Flimmen, de eerste keer dat over het leven van een dierenarts werd geschreven, nog herinneren zullen deze operatie zich nog wel voor de geest kunnen halen.
In een later stadium kwam dus de toepassing van penicilline na een keizersnede en deze kende samen met de opgang van het wit blauwe dikbillen ras in België eveneens een steile opgang. Hoe een balletje soms rollen kan.
Na de ontdekking is de wetenschap dus haastig op zoek gegaan naar nieuwere en andere antibiotica. Zelf nog tot op de dag van vandaag wordt er door farmaceutische firma’s miljoenen geïnvesteerd in het onderzoek naar nieuwere en betere antibiotica.
Wat doen antibiotica eigenlijk?
Antibiotica worden ingezet om bacteriën te doden en dit op allerlei niveaus. Is het nu een darminfectie, een longontsteking, een wonde in je huid of ga zo maar door, vanaf het moment dat er bacteriën mee gemoeid zijn gaat de dierenarts of dokter haastig op zoek naar het juiste antibiotica om die kiemen te bekampen. Meestal wordt antibiotica toegediend via een tablet of ook wel via een injectie. Het product wordt opgenomen in het lichaam en zal zich via het bloed verspreiden over het volledige lichaam. Natuurlijk is het zo dat je indien je een longontsteking hebt, dat men eigenlijk wil dat het antibiotica zich enkel naar de longen zal begeven maar dat is in de praktijk toch anders. Ondanks dat je enkel een longontsteking hebt zal er ook antibiotica naar de darm of naar de huid gaan. Natuurlijk kan het daar op dat moment niks gaan doen maar het is niet anders. Het bloed stroomt waar het komen kan. Het is de dierenarts of de dokter die wel weet welk antibiotica het meest weefselconcentratie zal krijgen in de longen en een ander bijvoorbeeld meer in de darmen. Het één zal dan ingezet worden bij longontstekingen, het ander bij darmontsteking. Het is eigenlijk nog veel moeilijker. Antibiotica hebben zoals dat genoemd wordt een spectrum. Dit wil zeggen dat ze tegen een bepaalde groep van bacteriën werken. Een bepaald antibiotica zal dus een aantal bacteriën doden, andere groepen blijven gewoon in leven. Hoe de mechanismen hiervan zijn zal ik jullie besparen maar is wel heel belangrijk om te weten. Er bestaan ook nog zoals wij dat noemen, de breed-spectrum antibiotica. Zij werken tegen een zeer grote groep van bacteriën, wat natuurlijk zijn grote voorbeeld heeft in de toepassing ervan tegen de kiemen die een ziekte veroorzaken maar natuurlijk worden er op hetzelfde moment een groot aantal bacteriën gedood die eigenlijk geen probleem vormden en dat is natuurlijk weer het grote nadeel. Want ook ons lichaam heeft nood aan bacteriën. Het belangrijkste is natuurlijk de darmflora, die voor het grootste gedeelte opgebouwd is op bacteriën en het zijn net daar de bacteriën die mee instaan voor de vertering van voedsel. Ook op onze huid zitten er bacteriën die het evenwicht netjes in stand houden. Worden er teveel bacteriën soms gedood dan ontstaan er andere kwaaltjes zoals schimmelinfecties en dergelijke. Dus een leven zonder bacteriën bestaat niet daarom is het zo belangrijk dat er enerzijds slechte bacteriën worden gedood maar anderzijds mag men niet te veel doden om het normaal functioneren van een lichaam niet in gedrang te brengen.