Antibiotica (deel 2)

Antibiotica werd en wordt dus gegeven om bacteriën te doden. Dit kan dus zowel na operaties of tijdens een ziekte. Let wel op enkel bacteriën worden gedood door antibiotica, geen virussen of andere parasieten zoals wormen. Aangezien er zeer veel bacteriën bestaan moet de desbetreffende arts een keuze maken welk antibiotica hij de patiënt gaat toedienen. Hoe gaat dit in zijn werk? Meestal zal de arts aan de hand van de symptomen, de klachten en het algemeen onderzoek een diagnose stellen en in zijn gedachte heeft hij dan de bacterie voor ogen die de ziekte zou kunnen verwekken. Hij weet vanuit zijn opleiding welk antibiotica het best tegen welke bacterie zal werken en zo een behandeling instellen. Soms wordt er ook de hulp van labo’s ingeschakeld dit vooral indien men twijfels heeft of indien de behandeling niet het geweeste resultaat gaf. Men neem dan een swab, zeg maar een staaltje en men gaat in het labo deze bacterie verder op een kunstmatige manier proberen te kweken. Zo kan men eerst te weten komen over welke bacterie het gaat en ten tweede een antibiogram aanleggen. Dit is een lijst met alle antibiotica die getest worden en zodanig kan men zien welk het best werkt en welk eventueel niet werkt. Dit is natuurlijk een zeer mooi hulp middel voor de arts.
Men spreekt ook steeds van een antibiotica kuur en het is best deze kuur strikt te volgen en af te maken ook al voelt de patiënt zich beter. De reden hiervoor is de resistentie. Indien men de kuur vroegtijdig stopt, dan zijn nog steeds niet alle bacteriën afgedood. De tot dan nog overlevende zijn als het ware de sterkere binnen hun soort en zullen direkt terug beginnen groeien. Hierdoor ontstaan er nieuwere stammen die waarschijnlijk moeilijker te behandelen zijn dan hun soortgenoten.
Antibiotica heeft dus een ongekende plaats ingenomen in de moderne geneeskunde. Alle ziektes van bacteriële oorsprong in een lichaam wordt bekampt met antibiotica meer verder hierover.

Groeipromotoren!

Direkt nadat men het therapeutisch effect van antibiotica ontdekt had bij dieren bleek er al snel een aangenaam neveneffect te zijn. Namelijk een versnelde groei. Uit ondervinding zag men in stallen met kippen en varkens dat de groep dieren die behandeld werd met antibiotica een stuk sneller groeide dan dieren die geen antibiotica toegediend kregen. Vanaf de jaren 50 werd hier dus gretig gebruik van gemaakt. In de meeste gevallen werd antibiotica onder het voer gemengd en met de dagelijkse maaltijden dus mee gevoerd met een schitterend economisch rendement tot gevolg, het was en het is tot op heden nog steeds een aanvaarbaar gegeven binnen vetmest sector. In de beginjaren werden alle antibiotica toegelaten, het is pas later dat men lijsten is gaan opstellen met toegelaten producten en in de toekomst wil men antibiotica als groeipromotor volledig verbieden. Waarom groeien dieren sneller door het gebruik van antibiotica? De mechanismen zijn nog niet voor 100% bekend maar zijn gebaseerd op een aantal principes:Ten eerste: De voedingsstoffen zouden dankzij antibiotica beter beschermd zijn tegen bacteriële afbraak. Een tweede gedachtengang is dat de opname van antibiotica gemakkelijker zou gaan door een uitdunning van de darmbarière. Als derde zouden er door de aanwezige darmbacteriën (in een darm zitten er namelijk altijd bacteriën) minder toxinen geproduceerd worden waardoor de dieren zich beter voelen en beter groeien. Als vierde en volgens sommige de meest belangrijke dat men een terugdringen heeft van de subclinische infecties zeg maar infecties die aanwezig zijn zonder dat de patiënt er ziek van is. Noem het maar de zogezegde sluimerende infecties.
Door al deze processen zouden er meer energie vrijkomen wat dan weer de groei ten goede komt. Zoals we al eerder zeiden waren in de begin jaren alle anitbiotica toegelaten als groeipromotor maar gaandeweg en dan vooral in 1999 werden heel wat antibiotica verboden als groeipromotor. De meest gebruikte en bekende zijn o.a. sulfadimidine, tetracycline,tylosie, spiramycine,bacitracine, erytromycine,carbadox, avoparcin, virginiamycin, monensin enz…
Van al deze antibiotica is er bekend dat ze varkens en kippen sneller doen groeien.
En eigenlijk is dat een vreemde zaak, vooral omdat men weet dat bij mensen, de sporters klagen van een conditie achteruitgang na een antibiotica kuur terwijl bij dieren antibiotica net een positief effect zou hebben. In ieder geval sinds de jaren ’60 is antibiotica als groeipromotor een gemeen goed geworden in de moderne pluimvee en varkens vetmesterij een traditie waar binnenkort waarschijnlijk een einde aan zal komen.