Antibiotica (deel 4)

Bij het gebruik van antibiotica zitten echter wel addertjes onder het gras en niet zo’n kleintjes, namelijk de resistentie. Resistentie wil zeggen dat een bacterie niet meer gedood wordt ondanks het toedienen van een antibiotica. Men heeft de natuurlijke resistentie, dit wil zeggen dat het antibiotica sowieso geen vat heeft op de betrokken bacterie maar ook de verworven resistentie en dit houdt in dat in eerste instantie de bacterie wel op het desbetreffende antibiotica reageerde maar nadien niet, door het veelvuldig . Door vaak antibiotica te gebruiken gaat de kiem als het waren taaier worden en zich beter verdedigen tegen antibiotica met als gevolg dat de bacterie een kuur overleeft en verder gaat met zich te vermenigvuldigen. Resistentie is in de loop de jaren zeer sterk onderzocht en de groter wordende resistentie van een aantal bacteriën is een feit dat wetenschappelijk bewezen is. De beruchte ziekenhuisbacterie is misschien het mooiste en meest bekende voorbeeld hiervan maar ook in de duivensport wordt resistentie stilaan een probleem. Denken wij maar aan de behandeling van trichomonas, salmonella of ornithose. Steeds dient men langer en zwaarder te kuren wil men nog effect hebben van het product alleen zijn daar ook grenzen natuurlijk. Dat het effect van groeipromotoren in de mestsector een negatieve invloed heeft gehad op de resistentie staat als een paal boven water. Dit was dus ook de reden waarom men reeds een aantal jaren een aantal antibiotica als groeipromotor verboden heeft en naar de toekomst deze allemaal wil verbieden. Resistentie is een niet te onderschatten maar een zeer groot probleem dat zich deze eeuw waarschijnlijk nog zal manifesteren. Iedereen kent de beruchte verhalen en zelfs verfilmingen waarbij een resistente bacterie hele volkeren zal uitmoorden. Als het ooit op zo’n scenario zal uitdraaien weet ik niet maar dat resistente bacteriën nog heel wat slachtoffers zal eisen zoveel is voor iedereen duidelijk.
Het probleem met resistentie schuilt zich op verschillende vlakken. Eerst en vooral binnen de diersoort zelf. Men heeft bijvoorbeeld een resistente bacterie ontwikkelt maar door contact met andere dieren in de korf o.a. zal deze nog moeilijk te behandelen kiem van de ene naar de andere duif verspreiden en zo voor grote problemen gaan zorgen. Er zijn echter nog andere mogelijkheden. Denk maar aan de salmonella infectie bij mensen. Deze worden vaak besmet door kippenvlees te eten. Zijn deze kippen dus drager van een resistente kiem dan zet zich het probleem bij mensen direkt verder. Maar er zijn nog mogelijkheden. Voor het residu probleem is een veel voorkomend euvel. Doordat dieren antibiotica hebben gekregen al dan niet als groeipromotor of als een therapeutische behandeling een feit is dat het antibiotica ook in het vlees aanwezig is. Een onvoldoende lange wachttijd kan er voor zorgen dat mensen bij consumptie een kleine hoeveelheid antibiotica binnen krijgen waardoor er zich ook weer resistentie kan vormen. Vooral heeft men hier schrik in bepaalde groepen van antibiotica die levensnoodzakelijk zijn voor de mens en waarvan men heilige schrik heeft dat hier de resistentie gaat toenemen zodat men geen alternatieven meer heeft in de behandeling. 

Discussie!
Meer en meer gaan de stemmen op om antibiotica als groeipromotor in zijn totaal te verbieden omdat het ontegensprekelijk de resistentie in de hand werkt. Ook probeert men via allerlei kanalen reclame te maken om het antibiotica gebruik bij mensen sterk terug te dringen vooral omdat België in Europa een kooploper is in het slikken van pillen. Een volledig verbod op het gebruik van antibiotica in de dierenwereld en vooral in de duivensport dat uit sommige hoeken soms geopperd wordt is onrealistisch en onaanvaardbaar. Vooral omdat men niet uit het oog mag verliezen dat antibiotica vooral een genezende werking heeft en men nooit deontologisch kan aanvaarden dat men zieke dieren niet zou mogen behandelen. Antibiotica valt ook niet onder de dopingsproducten zoals soms ook al eens verkeerdelijk naar voren gebracht wordt. Persoonlijk denk ik toch dat men met het gebruik van antibiotica uiterst omzichtig te werk moet gaan wil men zijn kolonie niet om zeep helpen. En al weten wij ook maar al te goed dat er heel wat goede hokken kwistig gebruik maken van antibiotica op lange termijn zal het zeker een punt zijn dat zich gaat wreken, is het niet in de prestaties dan zal het wel zijn in de resistentie. Antibiotica kan best enkel gegeven worden in overleg met de dierenarts. Het is namelijk zo dat antibiotica normaal niet vrij (zonder voorschrift) te bekomen zijn in apothekers, toch weten wij dat er heel wat apothekers dit vrij afleveren. Maar toch mogen wij niet vergeten dat heel wat duiven na hun vliegcarrière op ons bord te recht komen en men op deze manier beducht moet zijn voor resistentie. Daarom doet men er best aan steeds de wachttermijnen te respecteren. Wachttermijn is de tijd die geldt tussen de laatste toediening van het product en de dag dat het dier geslacht mag worden. Deze termijnen zijn steeds op de verpakking te vinden en in geval van twijfel kan men best even de dierenarts raadplegen om advies. Antibiotica kan zeker in onze duivensport zeker een goed hulpmiddel zijn maar mag nooit het hoofddoel worden. Een goede verzorging en hygiëne moeten nog altijd op de eerste plaats komen en een sterke selectie van de stam op de tweede plaats. Als derde denk ik dat er een weg open is voor diergeneeskundige begeleiding en systeem. Alleen houdt dit systeem niet in op zomaar een lukrake manier antibiotica in het water kieperen op de hoop dat het toch ergens effect zal hebben. Neen begeleiding zal de komende jaren inhouden op een verantwoorde manier toegelaten producten (oa antibiotica) inzetten om zo de prestaties optimaal tot z’n recht te laten komen.