Coccidiose

De 2 meest voorkomende soorten bij duiven zijn Eimeria Labbeana en Eimeria Columbarum. De 2de is iets groter in afmeting. De eitjes of oöcysten worden via de mond opgenomen. Dit gebeurt vooral op bevuilde hokken, reismanden of drinkwater. De gerijpte eicellen geven schizonten vrij, dit zijn kleine ééncellige parasieten die de darmwand binnendringen. Daar gebeuren er eigenlijk verschillende cyclussen of vermeerderingstadia waarbij op het einde terug eitjes of oöcysten geproduceerd worden die via het mest weer in de omgeving verspreid geraken. Daar rijpen ze na 1 à 4 dagen en kunnen dus weer andere duiven besmetten. Aangezien coccidiose zich in de darm vermenigvuldigt kan er ook een beschadiging van de darmwand optreden met als gevolg een slechte spijsvertering en conditie tot gevolg.
Bij duiven zijn de gevolgen meestal niet zo erg tenzij er zeer grote infecties op treden. Bij kippen echter geeft coccidiose veel meer problemen. Indien je dus kippen in je tuin hebt lopen moet je hier dus op je hoede voor zijn. Coccidiose veroorzaakt bij deze dieren vaak diarree, soms zelfs met bloed en sterfte tot gevolg. Ook vermageren en een zeer slechte conditie met gedaalde groei of eileg zijn veel gehoorde klachten. Het is echter wel zo dat onze duiven niet vatbaar zijn voor de coccidiose die bij kippen voorkomt. Maar kippen die overbevolkt zitten of op oude bevuild strooisel zitten kunnen wel degelijk zware problemen hebben met coccidiose. Dus opgelet hiervoor.
Oude dons
Zoals ik eerder gezegd heb zijn de problemen bij duiven eerder beperkt, soms ietsjes wekere stoelgang. Iets minder mooie bolletjes. Soms laten de duiven ook minder goed de oude dons vallen wat te wijten is aan de iets minder goede conditie.
Duiven met veel coccidiose zijn vatbaarder voor andere ziekten, zoals paratyfus. Opvallend is ook dat duiven met wormen steeds een bijkomende grote coccidiose-besmetting hebben. Er is dus duidelijk verband tussen coccidiose en andere ziekten die zich in de darmen nestelen.
Een goede hygiëne van de hokken is dan ook belangrijk. De overlevingsduur van de eitjes is veel groter in vochtig milieu. Hier zit het nut dus van droge hokken die dagelijks gereinigd worden.
Een dagelijkse reiniging kan helpen om het probleem onder controle te krijgen. Ontsmetten heeft weinig zin. De oöcysten zijn zeer goed bestand tegen allerlei ontsmettingsmiddelen. Wat wel zeer effectief is in de bestijding van eitjes op het hok is “de brander”. Zelfs een lichte aanraking met de vlam is voldoende om het coccidiose eitje te vernietigen. Wat veel mensen ook reeds doen om het rechtstreeks contact met het mest te vermijden is alles op roosters zetten. Het helpt zeker en vast in volières indien men niet de tijd heeft om alles dagelijks te poetsen. Dit geldt trouwens ook voor wormen.
In de behandeling van coccidiose heeft men dus de coccidiose-statische producten zoals amproleum of sulfamiden (ESB 30 of coxi-plus). Deze medicijnen remmen de groei en dus de vermeerdering van coccidiose en worden gedurende 5 à 7 dagen toegediend. Het is wel perfect mogelijk dat enkele weken na de behandeling terug eitjes in het mest gevonden worden. Hiermee is coccidiose echter enkel onder controle te houden.
Een tweede groep is de coccidiose dodende (of coccidiose-ciede medicijnen) zoals clazuril (appertex) of toltrazuril (baycox). Het grote voordeel van deze laatste is dat het buiten de dodende werking ook nog een remante (langdurige) werking bezit. De literatuur spreekt dat de effectieve werking kan oplopen tot 3 à 4 weken. Ook moet het maar gedurende 2 dagen toegediend worden via het drinkwater. Men kan deze ook heel veilig inzetten gedurende het vliegseizoen zonder conditieverlies: dat werd op meerdere hokken uitgeprobeerd.
Vroeger werd gezegd dat coccidiose in het mest dus altijd aanwezig was, maar met de moderne bestrijdingsmiddelen is dit eigenlijk achterhaald. Coccidiose wordt indien aanwezig in het mest best altijd behandeld. In de moderne duivensport kan men zich niet veel meer permitteren en iedere conditiedaling wordt direct afgestraft.
Medicijnen
De diagnose is vrij eenvoudig te stellen via een mestcontrole en men moet enkel behandelen indien er oöcysten aanwezig zijn. Medicijnen geven indien niet nodig is nergens goed voor ook niet voor “de forme”. Let wel op: al deze medicijnen zijn niet vrij te koop bij de apotheker. Wel kan men ze bekomen bij de dierenarts rechtstreeks of op voorschrift.