Oriƫntatievermogen

Zonnestand
 
Reeds in de jaren 50 kwam men na veel onderzoek tot de vaststelling dat de invloed van de zon zeer belangrijk was in het oriënteringsvermogen van onze duiven. Dit zou gewoon een gave zijn die aangeboren is. Duiven bezitten, zoals de meeste dieren, een biologische klok. De stand van de zon en de hoogte ervan ten opzichte van de horizon zouden ervoor zorgen dat duiven duidelijk weten welke richting ze uitmoeten bij het lossen op de lossingplaats. Meer nog, men heeft de duiven op het hok gedesoriënteerd door spiegels aan te brengen zodat de inval van de zonnestralen op het hok totaal anders werd. Bij een veranderde zonnestand, zodat de indruk werd gewekt dat het 1 uur vroeger was dan normaal lag de koers die de duiven vlogen 15 graden meer oostelijk. Bij het verlaten met 1 uur lag de koers meer westelijk. Als we dit toetsen aan de praktijk hebben wij inderdaad allen de indruk dat de zon belangrijk is voor onze duiven. Zeker de laatste 10 jaar door de opkomst van het verduisteren is hier veel over gediscussieerd. Verduisteren gaf nog al eens grote verliezen. Daarom werd er ook vaak aangeraden om de duiven toch zeker 1 uur in het licht te zetten vooraleer ze te laten trainen of beter nog duiven met de zon wakker te laten worden. Ook is mijn persoonlijke ervaring dat verduisterde jongen best niet te ver opgeleerd worden. Dit kan natuurlijk ook te maken hebben met de minder goede conditie dan. In ieder geval weten wij ook dat indien het totaal betrokken is op de lossingplaats wij melkers ons hart vasthouden. Indien de zon , ook als is het maar zeer miniem, door het wolkendek breekt is het grootste gevaar geweken. Een oudere melker in de buurt waarschuwt ons ook steeds voor het feit dat we jonge duiven niet de eerste keren mogen opleren bij een helblauwe hemel. Ook hem moeten we gelijk geven. Het is dus wel duidelijk dat de zon een rol zal spelen in het navigatiesysteem van duiven.
 
Magnetische velden
 
Al van in het begin van de jaren zestig heeft men hierna onderzoeken gedaan. En ook magnetische velden speelden een rol. Duiven verloren onder invloed van magnetische polen die rond hun hoofd werden geplaatst vaker de weg dan de duiven in de controle groep. Ook opmerkelijk was het onderzoek dat in ’74 gebeurde bij reisduiven. Hierbij werd rond de kop en hals van duiven draden aangelegd met een magnetisch veld. Indien dit gebeurde met de noordpool naar voren gericht dan vlogen de duiven bij zwaarbewolkt weer 180 graden in de verkeerde richting. Bij zonnig weer hadden ze blijkbaar geen last hiervan. Indien de proef werd aangelegd met de zuidpool naar voren wijzend dan was het echter nooit een probleem om de weg te vinden, zowel bij zwaar bewolkt weer als bij zonnig weer. Dit experiment bevestigt wat we reeds hoger vermelde dat duiven de zonnestand nodig hadden om zich te oriënteren en dit doet ook vermoeden dat duiven bij zonnig weer vooral de zonnestand gebruiken om hun weg te zoeken en bij zwaar bewolkt weer vooral op hun capaciteiten wat betreft het magnetisch veld over te schakelen. Over hoe het nu mogelijk is dat duiven verschillen in magnetische velden kunnen detecteren daar is men het nog lang niet over eens. Volgens de huidige stand van zaken zouden bepaalde fotopigmenten op het visuele systeem samen met magnetische partikels geassocieerd worden met de Trigeminus-zenuw. Echter een zeer moeilijke en wetenschappelijke materie waarvan ik de bezoeker van mijn site de verdere details zal besparen. Maar het is toch een feit dat magnetische velden een grote rol spelen in het navigatiesysteem van onze duiven.
 
Het zicht
 
En inderdaad het zicht speelt ook een rol. In feite niks nieuws want reeds ook in de jaren zeventig heeft men onderzoeken verricht omtrent het zicht en vooral het geheugen van duiven. Daarbij bleek dat duiven visuele kenmerken gingen opslaan in hun geheugen en deze later gebruiken. Het ging hier vooral om grote visuele landschapskenmerken zoals: een groot bos, een grote waterloop, de kustrand, een gebergte. Ook kan hierbij vanzelfsprekend een grote autostrade gerekend worden want dit is voor deze duiven ook een landschapskenmerk. Dat dit door de mens is aangelegd dat begrijpt een duif logischerwijs niet. Het was ook al snel duidelijk dat zeker over korte afstanden duiven meer en meer zich gingen oriënteren op hun zicht en hun geheugen. Persoonlijk denk ik ook dat dit de fout is die onze vrienden wetenschappers in Engeland nu hebben gemaakt. De testen die zij hebben uitgevoerd met camera’s was over een afstand van 25 kilometer. En het was al eerder gebleken dat duiven dan veel gebruik maken van hun geheugen. Het is toch ook niet voor niets dat wij onze duiven gaan opleren als ze goed aan het trekken zijn en dan in kleine stappen verder opdat het zicht voor deze jonge garde belangrijk is. Ook weten wij dat het bij mistig weer vaak een ramp is als duiven toch worden opgelaten.
Het was ook uit vorige onderzoeken gebleken dat het voor duiven het moeilijkst was om zich te oriënteren tussen de 20 en de 40 kilometer. Misschien goed om eraan te denken als jullie straks met de jonge garde op pad gaan en deze afstand best over te slaan.
Maar dat duiven nu aan een stoplicht links zouden afslaan dat gaat ons toch net iets te ver.
Ook bleken duiven met dichtgeplakte ogen de weg naar hun hokken terug te vinden.
Een minder vergaand onderzoek was ook dit: De reukzenuw bij een aantal duiven werd doorgesneden en het bleek eveneens dat deze duiven moeilijkheden hadden om de weg naar huis te vinden. Nu daaruit concluderen dat duiven de weg naar huis ruiken gaat mij ook te ver maar we weten ook dat duiven met “de kopziekten” slechtere resultaten halen dan hun gezondere soortgenoten.
 
Conclusie
 
Eigenlijk denken we dat het navigatiesysteem van duiven een samenvoeging is van wat er bovenstaand beschreven staat. Het moet een complex geheel zijn waarbij duiven op verschillende manieren de weg naar huis vinden. En het is waarschijnlijk zo dat de echte goede duiven in alle facetten goed zijn. Een goed geheugen hebben, een prima kompas en ook de zonnestand goed kunnen beoordelen. En de slechte iets minder van dit alles hebben. Indien het zou waar zijn, dat duiven vooral op het zicht en geheugen zouden vliegen dan kregen we toch geen duif thuis van Barcelona. Maar erger nog jonge duiven komen steeds op nieuwe lossingplaatsen die ze nog nooit eerder bezocht hebben en geheugen kan dan geen rol spelen. Wat waarschijnlijk wel zo is dat snelheidsduiven meer gebruik maken van hun gezichtsvermogen en geheugen terwijl zware fond duiven hun gave om verschillen in magnetische velden te kunnen onderscheiden belangrijker vinden. Natuurlijk zijn wij nieuwsgierig hoe het toch mogelijk is dat onze gevleugelde vrienden steeds weer naar huis komen tegen topsnelheden. Deze onbekendheid maakt het net ook zo boeiend en daarom hebben wij ook zoveel respect voor echte “crackduiven”, wat andere ook soms mogen beweren en misschien is het beter dat wij het niet weten en dat we deze kwaliteiten zeker niet kunnen beïnvloeden. Het maakt de sport net zo mooi.